Als de aarde 'vraagt'
Geregeld moeten milieuactivisten hun acties legitimeren. Tegenover zichzelf, medeactivisten, een rechtbank of anderen die, oprecht geïn-teresseerd of vooringenomen, een verantwoording wensen. Aanhangers van Extinction Rebellion zijn hierin beslist niet de enigen. Hoe dan ook, een goede uitleg bij eigen daden komt altijd van pas.
Tegenwoordig benaderen milieuactivisten deze legitimatie-kwestie opvallend vaak vanuit een spirituele optiek. Daarin is de aarde een ecosysteem waarvan mensen onderdelen zijn die, evenals sommige andere onderdelen, een ziel hebben met een wil en het vermogen daarnaar te handelen. In deze, onder natuurvolken en religies vrij gangbare, visie kan de aarde (of een berg) aan mensen ‘vragen’ door hen geholpen te worden, zelfs wegens een recht daarop. Ook kan iets aan de aarde worden geschonken of ermee worden geruild. Spirituele mensen ervaren met de aarde een interactie zoals met elkaar, inclusief een verlangen naar harmonie. Lees onder andere ‘In gesprek met de Noordzee’ (Baaijens, 2025) of denk aan christelijk rentmeesterschap en oud-Hollandse gezegden als ‘De zee geeft en neemt’.
Haaks hierop staat de, meer onder westerse volken gebezigde, materialistische optiek. Materialisten zien mensen eveneens als onderdeel van de aarde maar hebben niets met een ‘ziel’ en verwerpen elke vorm van antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen aan iets niet-menselijks. Een echte interactie tussen mensen en niet-mensen achten zij onbestaan-baar.
Een derde, ‘pragmatisch’ te noemen optiek combineert beide. Het bestaan van een ziel wordt ontkend evenals de mogelijkheid van een echte interactie met niet-mensen. Niettemin is antropomorfisme als metafoor zeer gebruikelijk in de communicatie over en inspiratie door de materiele wereld.
Een heel andere combinatie van spiritualiteit en materialisme, is de antropocentrische optiek. Antropocentrisme, het centraal stellen van de mens, plaatst deze niet alleen buiten de aarde maar tevens erboven en impliceert daarmee een waardeoordeel: de mens als hoogste dat (geschapen) is. Met als motivering dat uitsluitend mensen een ziel hebben. Al het overige be-staat slechts uit dingen zodat eenieder, eventueel aangespoord door een goddelijke of markt-bepaalde ‘noodzaak’, een vrijbrief heeft om de aarde te exploiteren. Tot de slachtoffers behoren regenwouden, diersoorten maar ook gedehumaniseerde mensen als tot-slaaf-gemaakten.
De opleving van spiritualiteit onder milieuactivisten is een reactie op groeiend antropo-centrisme. Soms met enige begripsverwarring in de meegroeiende media-aandacht. Zo zegt Elize de Mul (Trouw, 31-01-2025), tegengesteld aan wat Baaijens en anderen aantonen, dat je ‘aan antropocentrisch denken niet ontkomt’. Vermoedelijk bedoelt de Mul hier antropomorfisme aangezien mensen de wereld altijd beschouwen vanuit een (onontkoombaar reductionistisch) menselijk perspectief en vocabulaire. Dat heeft weliswaar beperkingen maar geen superioriteits-gedachte zodat correcties relatief gemakkelijk zijn. Antropomorfisme biedt nog uitzicht op reflectie, getoetste (zelf)kennis en empathie. Antropocentrisme brengt slechts arrogantie, kennisstilstand en vernielzucht, kortom niets constructiefs ter legitimatie van milieuacties.
Dit laat onbeantwoord hoe echt bijvoorbeeld een mens/berg-interactie nou eigenlijk kan zijn, ofwel welke van de overige optieken het meest waar is. Toch hangt hun overtuigingskracht niet zozeer af van hun waarheidsgehalte als van de betreffende setting. Zolang optiek en setting enigszins overeenstemmen, kan elke optiek de legitimatie van milieuacties ondersteunen.
Desondanks maakt wereldwijde individualisering mensen en settingen alsmaar hetero-gener, minder gemeenschappelijk en meer particulier. Dit noopt milieuactivisten steeds meer tot de pragmatische optiek voor het legitimeren van acties én het mobiliseren van een beweging. Medestanders en succes vind je door overeenkomsten te benadrukken, getuige bijvoorbeeld de juridische status van de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland.
Individualisering hangt nauw samen met onze op ruil gebaseerde economie doordat ruilen, vooral van arbeid tegen geld, tot voorwaarde is gemaakt voor particuliere bestaans-zekerheid. Gezamenlijke bestaanszekerheid gaat teloor. Antropocentrisme en egocentrisme overheersen. Wie niets ruilbaars bezit, heeft geen concurrentiepositie en telt niet of nauwelijks mee.
Dat geldt, bezien vanuit pragmatische optiek, vooral voor de aarde. Met onmondige fenomenen als bergen, rivieren etc. valt alleen metaforisch te ruilen. True pricing, emissierechten of vliegbelastingen betreffen puur-menselijke transacties die enkel bepalen wie milieu-exploitatie moet financieren, niet hoe deze te verminderen. In een ruilmodel is de aarde hoogstens ruil-object, nooit ruilpartner. Het enige waarmee mensen de aarde, en trouwens tegelijk zichzelf, kunnen helpen, is zorg voor de aarde uit onbaatzuchtigheid.
Milieuactivisten die acties aldus legitimeren, worden waarschijnlijk gewantrouwd of voor gek verklaard. Het tekent de lange weg die onze maatschappij nog te gaan heeft. Ondertussen moet een mineralendeal vrede brengen in Oekraïne. De aarde heeft daar niet om gevraagd.
Wil je reageren? Ga naar:
Maak jouw eigen website met JouwWeb