Geen behoefte aan geld maar aan regie!

(Ook geplaatst als bericht in WhatsApp-groep Welvaart Welzijn Welbevinden.)

Van alle menselijke uitvindingen is geld levensredder én doodsoorzaak nummer 1. Niets is zo beslissend over leven en dood dan geld. Denk aan een ‘eenvoudig’ voorbeeld als het maken van en kunnen beschikken over een levensreddend medicijn. Ook is geld, zoals veel dingen, een instrument met een gebruiksaanwijzing waarin staat wie het op welke wijze kan verwerven en gebruiken.

Twijfels over het instrument

Toch wordt inmiddels over geld als een positief te gebruiken instrument behoorlijk getwijfeld. Niet in de laatste plaats door de schrikbarende achteruitgang van de leefomgeving en de alsmaar toenemende maatschappelijke ongelijkheid. Bovendien is geld een geheel eigen leven gaan leiden; de regie over het instrument lijkt grotendeels kwijt. Vandaar velerlei pogingen om die regie weer terug te krijgen. Nu eens door wijzigingen in de gebruiksaanwijzing (zoals groene groei, meer/minder belastingheffing, basinkomen of limitarisme). Dan weer door gesleutel aan het instrument zelf (zoals renteloos geld of een ander soort geld). Desondanks wordt ook geopperd dat de ultieme ineenstorting van onze maatschappij onafwendbaar is.

              Dat een dergelijke catastrofe waarschijnlijk niet meer te keren valt, is maar al te duidelijk. Althans wanneer maatregelen beperkt blijven tot aanpassingen aan die gebruiksaanwijzing dan wel dat instrument. Voor alle duidelijkheid: de genoemde pogingen kunnen beslist heel zinvol zijn. Maar ons inziens hoogstens binnen een overgangsfase naar waar het uiteindelijk naar toe moet: het geheel afschaffen van geld. Dit is dan ook wat wij in ‘Een wereld zonder geld en bezit’ bepleiten. Ik wil dat, mede in het kader van de in deze groep gevoerde discussie over geld en markt, enigszins toelichten.

Ruileconomie

Geld is een vorm van bezit, iets waarover individuen (of andere actoren als steden of landen) helemaal zelf kunnen beslissen. Wel is er verschil tussen geldelijk bezit en niet-geldelijk bezit. Het eerste heeft alleen ruilwaarde, het tweede tevens gebruikswaarde. Gebruikswaarde ontstaat uitsluitend door een goed te produceren of een dienst te leveren. Niet door geld te vergaren of door het ruilen van goederen of diensten. Ook niet doordat geld een superhandig instrument is dat het ruilen van goederen en diensten enorm vergemakkelijkt en wat van geldvergaring al een doel op zich maakt. Maar als geldvergaring en ruilen totaal geen gebruikswaarde opleveren, waarom doen we dat dan nog steeds, en ook nog eens zo massaal? En waarom nemen we voor onze behoeftevoorziening eigenlijk die hele en weinig aantrekkelijke omweg via een markt? De enige reden is dat onze maatschappij zo is georganiseerd dat alle actoren voor hun eigen functioneren en voortbestaan wel móeten geld vergaren, ruilen of zelfs  zichzelf aan de hoogste  bieder (nagenoeg) geheel verkopen.  De inefficiëntie en schadelijkheid van deze ruileconomie zijn misschien het meest duidelijk bij loonarbeid. Het koppelen van arbeid aan een individueel loon met (al dan niet subtiele) loonverschillen ondermijnt de samenwerking, de inventiviteit en het werkplezier van mensen. Particuliere belangen krijgen voorrang boven algemene belangen. Afhankelijkheidsrelaties worden geëxploiteerd voor eigen gewin. En alles wat mensen nodig hebben voor hun bestaanszekerheid is handelswaar. Geen wonder eigenlijk dat de planeet naar de knoppen dreigt te gaan en ongelijkheid tussen mensen alsmaar toeneemt. Geen wonder dat het ontbreekt aan regie.

Een alternatief

Maar is er een alternatief? Is er een wereld denkbaar en bestaanbaar zonder geld, bezit, ruilen, ruilmiddelen en markten? En is dat een wereld die mensen meer regie geeft over hun leven? In ‘Een wereld zonder geld en bezit’ antwoorden we hierop met drie keer ‘ja’. We beschrijven daartoe een bepaald maatschappijmodel, Algemene Belangen Coöperatie-model geheten. Hier ontbreekt de ruimte om het uitvoerig te bespreken. Daarom beperk ik me tot een paar kernelementen.

              De wereld volgens het ABC-model begint met slechts een enkele kleine of grote gemeenschap, deels zoals sommige commons nu al bestaan of ooit bestonden. Dankzij hun voorbeeldfunctie volgen er meer. Al die gemeenschappen zijn intern en extern democratisch georganiseerd. Wat elke gemeenschap produceert, wordt door die gemeenschap democratisch besloten binnen de grenzen van duurzaamheid en gelijkwaardigheid. Er is geen geld en geen bezit. Goederen en diensten worden naar behoefte verdeeld. En iedereen heeft daar recht op, zelfs als iemand niet kan of wil bijdragen aan het arbeidsproces. Er is dus behalve geen mogelijkheid ook geen noodzaak tot het ruilen van goederen of diensten. Evenmin tot een mentaliteit van ‘voor wat hoort wat’. Wel streeft elke gemeenschap naar zelfzorg (een korter woord voor zelfvoorzienendheid). Zowel voor zichzelf als voor andere gemeenschappen. Dat is cruciaal. Niet alleen omdat het bevorderlijk is voor duurzaamheid, democratie en eigen regie maar ook omdat het gemeenschappen in staat stelt geleidelijk los te komen van de eventuele noodzaak goederen en diensten extern te ruilen. Het hele model draait om vertrouwen, voldoening iets voor anderen te betekenen en samenwerking binnen en tussen gemeenschappen. Niet vanuit een particulier belang maar vanuit een gemeenschappelijk belang, vooral daar waar beide samengaan.

              Inderdaad, dat klinkt allemaal erg idealistisch en ver weg. Maar de grote vraag is of we het ons, met het oog op meer regie, kunnen permitteren zoiets als het ABC-model niet eens een kans te geven.

Wil je reageren? Ga naar: