Principes en beleidspunten
(par. 5.1. uit 'Een wereld zonder geld en bezit')
Besluitvormingsprocessen hebben een inhoudelijke en een organisatorische kant. Op beide punten schiet het PBC-model ernstig tekort. En op beide punten biedt het ABC-model een alternatief. Wat betreft het eerste punt door aan waarden en doelen, hier principes en beleidspunten geheten, een heel andere inhoud te geven. Meest essentieel aan het ABC-model is dat het een echte sámenleving beoogt, dat wil zeggen een samenleving waarin gemeenschapsbelang en coöperatie voorop staan. Zo’n samenleving kan alleen tot stand komen en functioneren als mensen daar vrij en bewust voor kiezen. Deelname mag dus geen verplichting zijn of worden. Desondanks zijn we van mening dat voor diegenen die voor deelname kiezen een aantal inhoudelijke elementen wél verplichtend moeten zijn, ook wettelijk. Dit zijn de elementen die we principes noemen. Hieronder staan ze op een rij.
- Duurzaam gebruik van de aarde.
- Basiszorg voor alle individuen.
- Gelijkwaardigheid van alle mensen.
- Democratische besluitvorming.
- Het ontbreken van geld.
- Het ontbreken van privébezit.
Dat we aan deze principes een verplichtend karakter geven, heeft een reden. Het zijn zes noodzakelijke bouwstenen om ook daadwerkelijk een echte sámenleving te kunnen bouwen. De eerste twee met een duidelijke relatie tot ‘leven’. De overige vier met een duidelijke relatie tot ‘samen’.
Bij elk van deze principes horen meerdere beleidspunten. Deze zijn een logisch voortvloeisel van elk principe en geven er een nadere, meer concrete invulling aan. De beleidspunten hebben geen verplichtend karakter en zijn niet in wetten vastgelegd. Althans niet al bij voorbaat. Wel zijn beleidspunten een dringend advies aan alle actoren in een gebied. Zo is zelfzorg door een gebied, misschien meer bekend onder de term ‘zelfvoorzienendheid’, een advies dat van grote betekenis is voor een nadere invulling van het principe van duurzaam gebruik van de aarde. Hierna geven we per principe een opsomming van wat ons de belangrijkste beleidspunten lijken. Overigens, het staat de lezer natuurlijk volkomen vrij om zelf andere beleidspunten te bedenken, zolang ze maar te rijmen zijn met het desbetreffende principe.
- Duurzaam gebruik van de aarde.
1a. Algemeen:
- Geen bezits- maar een leenverhouding tot de aarde.
- Onderwijs in duurzaamheid en in burgerschap.
1b. Productie en consumptie:
- Circulaire productie (tegen verspilling van grondstoffen) en regeneratieve productie (voor herstel en behoud ervan).29
- Productie door middel van duurzaam en efficiënt gebruik van energiebronnen, productiemiddelen en productietechnieken.
- In eerste instantie productie zoveel mogelijk lokaal, dus middels zelfzorg door gebieden.
- In tweede instantie productie middels coöperatie tussen gebieden.
- Geen over- of onderproductie maar productie naar behoefte, gelet op de directe omgeving en nabije toekomst (uitgezonderd overproductie gelet op eventuele noodsituaties).
- Planning van productie op basis van verwachte consumptie.
- Fysieke nabijheid van productie en consumptie, dus lokale productie ten behoeve van lokale consumptie.
- Seizoens- en klimaatgebonden productie en consumptie.
- Consuminderen door (met name rijke) individuen en gebieden.
1c. Mobiliteit:
- Verplaatsingen van mensen en goederen zoveel mogelijk met duurzame transportmiddelen.
- Verplaatsingen zoveel mogelijk beperken, waaronder beperking van woon-werkverkeer binnen en tussen gebieden.
- Gebruik telecommunicatiemiddelen stimuleren.
- Gebruik openbaar vervoer stimuleren.
1d. Bevolkingsomvang:
- Afstemming bevolkingsomvang van een gebied op de actuele en toekomstige mogelijkheden tot zelfzorg.
- Plaatselijke overbelasting van de aarde als gevolg van plaatselijke overbevolking verminderen door vrijwillige geboortebeperking met behulp van voorlichting en anticonceptie.
- Gezinsuitbreiding als vorm van oudedagsvoorziening voorkomen door preventieve basiszorg.
- Basiszorg voor alle individuen.
2a. Wereldwijde coöperatie door overheden bij het voorzien in basiszorg voor alle individuen.
2b. Basiszorg op maat, dus in kwantiteit en kwaliteit afgestemd op wat individuen en gebieden volgens eigen inschatting aan basiszorg nodig hebben.
2c. Basiszorg voor kinderen, ernstig zieken en gedetineerden eveneens op maat maar naar inschatting door ouders, verzorgers en/of overheden.
2d. Overal waar mogelijk: basiszorg niet door verstrekking van een kant en klaar zorgproduct maar door verstrekking van kennis en/of middelen die leiden tot zelfzorg door een gebied.
2e. Vooraf-garantie op een optimale basiszorg als zelfzorg door een gebied onhaalbaar of ontoereikend zou blijken.
2f. Basiszorg zonder voorwaarden.
- Gelijkwaardigheid van alle mensen.
3a. Gelijke rechten op basiszorg voor alle individuen.
3b. Gelijke rechten op arbeid voor alle individuen.
3c. Gelijke rechten op gebruik en verbruik van gemeenschaps-goederen en -diensten voor alle individuen.
3d. Gelijke rechten op deelname aan democratische besluitvorming voor alle individuen (met beperkingen voor kinderen, ernstig geestelijk zieken en gedetineerden).
3e. Verder: Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
- Democratische besluitvorming.
4a. Machtsnivellering, niet alleen door ontbreken van geld en privébezit maar ook door kennisdeling.
4b. Alle macht over productie van goederen en levering van diensten in handen van democratische organen.
4c. Transparante besluitvormingsorganen.
4d. Parlementaire en buitenparlementaire controle op besluitvormingsorganen.
4e. Bevorderen van democratie door verbetering van communicatie.
4f. Bevorderen van democratie door onderwijs in burgerschap en in coöperatie.
- Het ontbreken van geld.
5a. Coöperatie als middel om kansen te creëren voor individuen en gebieden.
5b. Coöperatieve prestaties ook coöperatief waarderen.
5c. Bevorderen van coöperatieve taken, prestaties en beloningen middels organisatie van arbeid.
5d. Bevorderen van coöperatieve taken, prestaties en beloningen door onderwijs in coöperatie.
5e. Kans op intrinsiek-belonende activiteiten voor individuen vergroten door bieden van grote keuzevrijheid in activiteiten en ruim aanbod aan activiteiten.
- Het ontbreken van privébezit.
6a. Geen privébezit maar gebruik of verbruik van gemeenschappelijke goederen en diensten, met uitzondering van goederen met een grote emotionele waarde.
6b. Tegenprestaties voor genoten gebruik of verbruik van goederen of diensten zijn geen vereiste en alleen mogelijk in de vorm van een gift of ruil tussen gemeenschappen.
6c. Bevorderen van goed gebruik en onderhoud van gemeenschapsgoederen door goede instructies.
6d. Bevorderen van goed gebruik en onderhoud van gemeenschapsgoederen door onderwijs in burgerschap.
Maak jouw eigen website met JouwWeb